FEINLAB- WIJKEN

ANALYSE OP GEBIEDSNIVEAU

Met de FEINLAB-wijken tool kunnen zeer nauwkeurige energie-analyse worden samengesteld, van een straat of flat tot een gebied van ruim 5.000 woningen. Het betreffende gebouw of gebied wordt geanalyseerd om vervolgens woningtypen en bijbehorende bewonersprofielen te bepalen. De data geeft inzicht in de energiebehoefte in de straat, wijk of flat. Op basis van de huidige energiebehoeften worden uiteenlopende technische varianten met elkaar vergeleken op het gebied van woonlasten, techniek en praktische inpasbaarheid. Het wordt duidelijk welke technische varianten interessant zijn om mee te nemen naar een individuele aanpak, FEINLAB-individueel. Per technische variant wordt duidelijk welke bewoners er maandelijks op vooruit of achteruit gaat, danwel een bepaalde Onrendabele Top financiering behoeft.

Let op! In de onderstaande afbeeldingen zijn fictieve getallen gebruikt. Het geeft slechts een een weergave van het proces en de te leveren producten.

ONDERDELEN VAN DE FEINLAB-WIJKENANALYSE

  • Woningtypen + voorspelde bewonersprofielen
  • Energievraag per woningtype + energievraag op gebiedsniveau
  • Voorspelde energiegebruik voor verschillende technische varianten (warmtesysteem + thermische schil + PV-panelen)
  • Woonlastenanalyse per woningtype + bewonersprofielen (besparingen op energienota + kosten investeringen per technische variant)
  • Woonlastenneutraalberekeningen per technische variant (per woningtype + bewonersprofielen en op gebiedsniveau)

Woningtypen + voorspelde bewonersprofielen

Het doel van het gebruik van de FEINLAB-wijken tool is het bepalen van geschikte technische varianten voor een bepaald gebied of gebouw. Met behulp van de FEINLAB bewonersprofielen wordt inzicht gegeven in de betaalbaarheid van technieken voor uiteenlopende leefstijlen. Het is van groot belang te begrijpen dat de besparing van een zuinige gebruiker lager zijn dan een warmteminnend huishouden. Om de energietransitie op gang te brengen dient er altijd eerst gekeken te worden naar de woonlasten van de bewoners.

Voor het bepalen van geschikte technieken worden de woningtypen in een gebied bepaald, met bijbehorende aantallen. Per woningtype wordt gekeken naar de energiebehoefte, het voorspelde energiegebruik bij bepaalde technische varianten en de daarbij behorende kosten en baten. Een woningtype is gebaseerd op een woningtypologie (meergezins, rijwoning, 2-onder-1-kap of vrijstaand), het bijbehorende vloeroppervlak, schillabelniveau en huidige warmtesysteem.

FEINLAB-wijken werkt met 188 standaard woningtypen. Dit betekend niet altijd een gelijke uitkomst. De energiebehoefte en betaalbaarheid van technieken kan voor gelijke woningtypen variëren afhankelijk van de situatie, afhankelijk van de bezettingsgraad van aanwezige bewonersprofielen.

Zijn de meest representatieve woningtypen van een gebied bepaald, dan worden de bijbehorende bewonersprofielen samengesteld. De bewonersprofielen zijn afhankelijk van socio-economische gegevens van het betreffende gebied. Zo kan de gemiddelde energiebehoefte in een rijwoning, label E van 100m2 in het centrum van Amsterdam sterk afwijken van een vergelijkbare woning in Emmen.

Per woningtype wordt de bezettingsgraad bepaald voor het gebruiksprofiel en het huishoudenprofiel. Een 5-persoonshuishouden met een profielfactor 2,0 heeft de hoogste energierekening en zal meer besparen dan een 1-persoonshuishouden met een profielfactor 0,5.

Energievraag per woningtype + energievraag op gebiedsniveau

In de volgende stap wordt de energievraag berekend, deze is beïnvloed door de bezettingsgraad van de bewonersprofielen. De energievraag is nodig om technische varianten met elkaar te vergelijken. De resultaten worden per woningtype in beeld gebracht. De som levert de energievraag op gebiedsniveau.

Voorspelde energiegebruik voor verschillende technische varianten

(warmtesysteem + thermische schil + PV-panelen)

Een betrouwbare en onpartijdige analyse vergelijkt zo veel mogelijk technische varianten met elkaar. FEINLAB kan alle mogelijke technische varianten in beeld brengen. In onze berekeningen kijken we naar de praktische haalbaarheid van een toepassing, de investeringskosten en het rendement dat bepalend is voor de grootte van de besparing op de energienota.

In het bepalen van de technische varianten kan aan 3 parameters worden gedraaid; aanpassing van het warmtesysteem, verbeteren thermische schil en aantal pv-panelen.

Woonlastenanalyse per woningtype + bewonersprofielen

(besparingen op energienota + kosten investeringen per technische variant)

Op basis van het woningtype, bijbehorende bewonersprofielen en een technische variant kan een nieuwe energienota worden voorspeld. Dit is een zeer belangrijk onderdeel van de energietransitie. Zonder de kosten van de bewoner in beeld te brengen stagneert het proces! Bewoners willen weten wat het hen kost en oplevert.

In dit voorbeeld wordt een oude woning uit 1956 gerenoveerd naar schillabel B, er worden 10 pv-panelen toegepast, koken gaat elektrisch en de woning wordt verwarmd met een combiwarmtepomp (water-water) aangesloten op een bronnet. De woning is dus gasloos.

Dit voorbeeld geeft slechts een beeld van de producten die wij leveren, de inhoud is bewust niet volledig weergegeven.

De output van de technische varianten levert een beeld op van de nieuwe energienota van bewoners. In dit voorbeeld een 1-persoonshuishouden met een profielfactor 0,50. De energienota is een weergave van het nieuwe energieverbruik de bijbehorende vaste lasten en de besparingen ten opzichte van de huidige situatie.

WOONLASTENNEUTRAALBEREKENINGEN PER TECHNISCHE VARIANT

(per woningtype + bewonersprofielen en op gebiedsniveau)

Of een technische variant interessant is om als mogelijk optie te zien wordt bepaald door de besparingen op de energienota te vergelijken met de investeringen. Per technische variant worden alle kosten bepaald, van aanpassingen aan de woning tot organisatiekosten. Het totaal te investeren bedrag wordt naar een maandbedrag vertaald. Dit is het maandbedrag bij een lening over 30 jaar.

A.d.h.v. de woonlastenneutraalberekening, de voorspelde besparingen t.o.v. het maandbedrag op de investering, kan worden bepaald of een technische variant wordt meegenomen in een Wijkuitvoeringsplan als mogelijke optie.

Het resultaat van de berekening is een positief of negatief getal. Negatief voor een eventueel tekort, de Onrendabele Top genoemd. Om woonlastenneutraal te verduurzamen is een Onrednabele Top financiering nodig. De meest economische oplossing, met de laagste maatschappelijke kosten is dus een variant met een lage tot geen Onrendabele Top.

Per woningtype en technische variant worden de woonlastenneutraalberekeningen in een overzicht geplaatst om te zien wat de totale Onrendabele Top wordt op gebiedsniveau.