5400 NIEUWBOUWWONINGEN

 

FEINLAB heeft in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf het rekenwerk geleverd voor een gebied waar ca. 5.400 woningen worden ontwikkeld. Het Rijksvastgoedbedrijf wil bij het contracteren van de projectontwikkelaars en na de oplevering vaststellen of een ‘energieneutrale gebiedsontwikkeling’ is gerealiseerd.

De kennis van FEINLAB is overgedragen middels een op maat gemaakt rekenmodel en een rapport waarin de achtergrond van het rekenwerk verder is toegelicht.

16 WONINGTYPEN

 

De studie van FEINLAB beperkt zich tot de bouwopgave van ca. 5.400 nieuwe woningen. Per deelgebied worden woningtypen geformuleerd en uitgegeven voor realisatie. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft 16 woningtypen bepaald variërend in vloeroppervlak voor de typen rijwoning, dubbelwoning, vrijstaande woning en meergezinswoning:

  • Rijwoning (sociale huur) 108m2
  • Rijwoning (koop) 108m2/ 128m2/ 148m2
  • Dubbelwoning (koop) 140m2/ 162m2/ 182m2
  • Patiowoning (koop) 130m2
  • Vrijstaande woning (varierende kavels) 200m2
  • Meergezinswoning (sociale huur) 80m2
  • Meergezinswoning (koop) 100m2/ 120m2/ 200m2

Voor elk van deze typen zijn de volgende aspecten onderzocht:

  • Energievraag per warmtevariant
  • Spreiding van het bewonersprofiel (gebruiksprofiel en huishoudenprofiel: zie Methode van FEINLAB)
  • Maximaal te plaatsen zonnepanelen
  • Benodigd aantal PV en thermische panelen voor energieneutrale gebiedsontwikkeling per warmtevariant
  • Energiekosten te betalen aan energie-/ warmteleverancier
  • Investeringskosten (totaal + teruggerekend naar extra maandlasten op hypotheek)
  • Overige maandlasten (onderhoud)

SPREIDING VAN HET BEWONERSPROFIEL

 

FEINLAB werkt met bewonersprofielen (zie Methode). De spreiding van het bewonersprofiel, bestaande uit het gebruiksprofiel en huishoudenprofiel, is per woningtype verschillend en voor nieuwbouw gebaseerd op ervaring. Zo weten we dat bijvoorbeeld sociale huurwoningen vaak een relatief gelijke spreiding hebben wat betreft 1- tot 5-persoons huishoudens en er een lager energiegebruik is ten opzichte van het gemiddelde. In appartementen of patiowoningen wonen vaak alleenstaande en oudere mensen.

 

De spreiding van het bewonersprofiel heeft invloed op de energievraag van het gebied.

Energiegebruik per warmtesysteem

Volgens de werkwijze van FEINLAB is de energievraag van een gebied afhankelijk van aanwezige woningtypologieën met bijbehorend vloeroppervlak, energielabel en bewonersprofiel. Voor de 16 woningtypen in dit project zijn het vloeroppervlak en de woningtypologie bekend, allen met schillabel A++. De berekening van gemiddelde energievraag per woningtype is gebaseerd op werkelijk gemeten energiegebruik. De bewonersprofielen bepalen de afwijking van het gemiddelde.

 

Het energiegebruik per warmtesysteem is afhankelijk van het bijbehorende rendement. In dit onderzoek zijn drie technische warmtesystemen verkend, een 65oC warmtenet, een 15oC bronnet en een variant met individuele lucht/water warmtepomp.

 

De totale energievraag en het energiegebruik per warmtesysteem zijn bepaald voor de 5.400 woningen, huishoudelijk elektriciteitsgebruik is hierin niet meegenomen. De afwijking in energiegebruik is het resultaat van de verschillende rendementen per warmtesysteem. Een belangrijke conclusie uit dit rapport is de hoge energievraag benodigd voor het warmtenet, er is 71% meer energie nodig dan voor een bronnet. Dit is een belangrijk aspect voor het energieneutraal maken van het gebied.

Afbeelding 7
Afbeelding 8

Zonnepanelen

De ambitie van het Rijksvastgoedbedrijf is energieneutrale gebiedsontwikkeling. FEINLAB heeft berekend hoeveel PV- en thermische panelen per woningtype en warmtesysteem nodig zijn om aan de eigen energievraag te voldoen. In afbeelding 9 (onder deze tekst) is de informatie per woningtype samengevat in een overzichtstabel.

Voor alle 16 woningtypen en 3 warmtevarianten is het energiegebruik berekend voor 3 gebruiksprofielen en 5 huishoudenprofielen. Per woningtype is de bezettingsgraad van de bewonersprofielen bepaald om tot de betrouwbaarste gemiddelden te komen. Met dit gewogen gemiddelde zijn het benodigd aantal PV en thermische panelen berekend om in eigen energiebehoefte te voorzien. Er is uitgegaan van PV-panelen met een vermogen van 300Wp en een rendement van 85%.

Per woningtype zijn voor 3 tot 5 standaard woningen legplannen gemaakt (afbeelding 8, zie links), dit geeft een beeld van het maximaal te plaatsen zonnepanelen. Het legplan in combinatie met het benodigd aantal panelen geeft een beeld of energieneutraal bouwen mogelijk is. In deze studie lag het benodigd aantal panelen altijd onder het maximaal te plaatsen panelen.

In afbeelding 9 is het overzicht van energiegebruik en benodigd aantal zonnepanelen voor alle 16 woningtypen in beeld gebracht.

Afbeelding 9

Kosten per warmtesysteem

Afbeelding 10 toont per woningtype de kosten die bewoners per maand moeten betalen:

  • energienota te betalen aan energieleverancier(s), de all electric energiekosten zijn bij gebruik van koeling ca. € 8,- hoger
  • rente en aflossing voor de energie gerelateerde investeringen
  • totaal van alle maandelijkse kosten gerelateerd aan energiegebruik + systeem op te tellen
  • totaal is voor bronnet en all electric inclusief € 16 aan onderhoud van warmtepompen
Afbeelding 10

Afbeelding 10 toont per woningtype de kosten die bewoners per maand moeten betalen:

  • energienota te betalen aan energieleverancier(s), de all electric energiekosten zijn bij gebruik van koeling ca. € 8,- hoger
  • rente en aflossing voor de energie gerelateerde investeringen
  • totaal van alle maandelijkse kosten gerelateerd aan energiegebruik + systeem op te tellen
  • totaal is voor bronnet en all electric inclusief € 16 aan onderhoud van warmtepompen

 

Het warmtenet is de duurste variant, zowel in de totale kosten als de maandelijks te betalen energienota. Voor de sociale huurwoningen (type A en L) kunnen de maandlasten te betalen door de bewoner tot € 100 hoger uitkomen dan de andere twee varianten.

 

De investering voor de aanleg van het 65ºC warmtenet is gemiddeld per woning een bedrag van € 19.214 incl. BTW. Dat is fors hoger dan de bedragen van de twee alternatieve systemen. De hogere woonlasten van dit net ontstaan mede door de hoge vastrechtbedragen. Het niet door aansluitkosten gedekte, € 9.214, wordt over 30 jaar gefinancierd met een hogere IRR dan bewoners aan rente en aflossing betalen op hun hypotheek.

 

De aansluitkosten van het 65ºC net flink verhogen en de vastrechtkosten voor bewoners verlagen kan dit oplossen, doch dan doemt een nieuw probleem op. Deze aanpak heeft een negatieve invloed op de grondprijsbiedingen van de projectontwikkelaars, met als gevaar een niet marktconforme grondopbrengst.

 

Conclusie

65°C warmtenet

  • Warmtelevering zonder zorgen, dat mag van het 65°C warmtenet verwacht worden. Daarnaast zijn aspecten als geluidsoverlast, onderhoud en gemak voor projectontwikkelaars en bewoners goed geregeld.
  • Service en onderhoudskosten á € 16 per maand zijn in de warmtenet variant niet van toepassing
  • De totale maandlasten (energiekosten + investeringen) zijn hoog. Gemiddeld ongeveer € 50 á € 60 per maand meer dan de all electric variant. Voor het goedkoopste segment zijn de direct aan het energiebedrijf te betalen energiekosten ongeveer € 100 per maand meer dan de all electric variant. De € 16 service en onderhoud voor de all electric en bronnet variant verlagen dit voordeel weer.
  • Bij deze variant met fors hogere aansluitkosten dreigt een niet marktconforme grondopbrengst
  • Indien het warmtenet moet worden gevoed met elektriciteit van PV op woningen, dreigt soms onvoldoende ruimte op de daken: voor het energieneutraal maken van het 65ºC warmtenet is voor ruimteverwarming, koeling en warm tapwater 71 % meer PV-panelen nodig dan voor de

15ºC Bronnet.

  • Het totale elektriciteitsverbruik voor ruimteverwarming, koeling en warm tapwater is 71% hoger dan de bronnet variant en presteert daarmee op dit punt het minst goed 15°C bronnet
  • Goede bronvoorziening op gebiedsniveau. Gezien de grote variatie in woningtypen is altijd op maat bronwarmte beschikbaar. De toe te passen water-water combi-warmtepomp is in vele varianten beschikbaar en is superieur op het gebied van rendement en COP.
  • Energiekosten net iets hoger dan de all electric variant. Voor de goedkoopste woningen per maand € 10 á € 15 meer. Groot voordeel is dat het vastrecht wordt bepaald op basis van de kW aansluiting.

Grotere woningen betalen meer vastrecht dan kleinere.

  • Het bronnet heeft het laagste elektriciteitsverbruik vanwege het hoge rendement van de combi warmtepompen.
  • Het gevolg is dat voor warmtenet 71% en voor all electric 17% meer PV of windmolens nodig zijn om energieneutraal te worden ten opzichte van het bronnet. Dit is zeer relevant gezien de ambitie is een energieneutraal gebied te realiseren.

All electric

  • Laagste energiekosten van de drie varianten
  • Geluidsoverlast is een gevoelig thema, specifiek bij warmtepompen met grotere vermogens
  • In de praktijk komt het voor dat warmtepompen met een te laag vermogen worden gekozen. Het is voor aannemers de goedkoopste oplossing maar resulteert vaak in een fors hoger energiegebruik en hogere energiekosten voor bewoners. Dit kan een risico zijn voor de energieneutrale gebiedsontwikkeling

WILT U BEREKENINGEN VAN DE KOSTEN, OPBRENGSTEN EN BENODIGD AANTAL ZONNEPANELEN OM ENERGIENEUTRAAL TE ZIJN/WORDEN?

NEEM DAN CONTACT MET ONS OP.